Spring naar inhoud

Actieve participatie krijgt een steeds grotere rol, de ‘doe-democratie’ wordt een feit. Bewoners nemen steeds meer het heft in eigen handen en nemen taken over van overheids- en welzijnsinstellingen. De initiatieven zijn talrijk en waardevol.

Hoe speel je hier op in als overheid? Hoe maak je ruimte om deze initiatieven werkelijk een kans te geven en bewoners op de juiste manier te faciliteren? Daar is een dosis lef voor nodig. Lef om te experimenteren en fouten durven te maken, daar weer van te leren en een nieuwe stap in de goede richting te maken. Bewoners zijn niet meer de kiezers van vroeger, die eens in de vier jaar een stem uitbrengen om kenbaar te maken wat ze belangrijk vinden. De participatiesamenleving en de ontwikkelingen die daaruit voortkomen maken het mogelijk dat de burgers voortdurend hun stem kunnen laten horen, mee kunnen denken over de ontwikkeling van beleid en een deel van de uitvoering zelf oppakken. Het is nodig om het gesprek met elkaar te voeren over de samenwerking tussen de gemeente en burgers en te onderzoeken wat daarvoor nodig is.

Een van de dingen waarover gesproken is, is het vastleggen van buurtrechten. Minister Plasterk heeft al toegezegd uit te zoeken of er een algemene wettelijke basis zou moeten komen voor burgerinitiatieven, of dat de overheid belemmeringen moet wegnemen. Een eerste stap is het ‘right to challenge’ dat is opgenomen in de nieuwe Wet op de maatschappelijke ondersteuning (Wmo). Hiermee is het recht van burgers vastgelegd om hun gemeente te kunnen uitdagen om de zorg van de WMO (of een gedeelte daarvan) over te nemen.

Nevin Özütok
Nevin Özütok

The Right to Challenge (Het Recht om Uit te dagen) is de meest bekende onder de buurtrechten. Twee andere bekende rechten zijn The Right to Build (het Recht om te Bouwen) en The Right to Bid (het Recht om te Bieden). Zij geven bewoners respectievelijk het recht om woningen, een buurthuis of speelplekken te bouwen en om een stuk grond of een bepaald gebouw in hun wijk te kopen. Hierbij kan sprake zijn van een zogenaamde voorkeursregeling. Bewonersinitiatieven of buurtgebonden ondernemingen hebben dan bij een aanbesteding als eerste het recht om een bod te doen. Buurtrechten ontwikkelen zich nog steeds en er komen er komen nog steeds nieuwe buurtrechten bij. Zoals het Recht op Informatie; toegang tot belangrijke informatie van de Overheid, of het recht voor de gemeenschap om een ontwikkelingsplan te maken voor het gebied waarin ze wonen (Recht op Buurtplanning) en het Recht op kapitaal waarbij middelen van de overheid overgeheveld worden naar de bewoners die een (deel van een) uitvoeringstaak overnemen. Dit vind ik zelf een heel belangrijk recht, bijvoorbeeld door het toekennen van subsidies door een burgerjury.

Want de burger weet als beste wat er nodig is in de buurt.

Ruimte geven aan de ondernemende burger is investeren in een slagvaardige samenleving. Bewonersinitiatieven zijn niet een aardige of interessante toevoeging aan het werk van de gemeente, maar vormen meer en meer de basis van de dragende samenleving, waarin de overheid participeert. Het wordt tijd dat wij dat als overheid steeds meer gaan erkennen en onze rol daarop aanpassen. De participatiessamenleving gaat niet alleen over bewonersparticipatie maar ook over overheidsparticipatie. Participatie van de overheid in initiatieven uit de samenleving die een oplossing bieden voor de sociale en fysieke opgaven van deze tijd. Het vastleggen van buurtrechten en formalisering van de positie van de burger is een belangrijke stap om deze initiatieven de ruimte en vertrouwen te geven die ze verdienen.

Armoede hoort niet bij een bepaalde bevolkingsgroep of alleen bij bepaalde buurten. Iedereen kan in de armoede terecht komen. Bijvoorbeeld doordat je je baan kwijtraakt en daardoor de vaste lasten niet meer kan betalen. Of door een scheiding en dan het huis niet verkocht krijgen waardoor de lasten verdubbelen. Of door een ziekte die je leven verandert en inkomsten aantast. Iedereen weet wel hoe het voelt om eens krap te zitten of zelfs behoorlijk krap, maar hoe voelt het om jarenlang onder het minimumniveau te zitten? Wat betekent dat voor de keuze van je bestedingen? Welke keuzes maak je dan?

Het eerste waar je op bezuinigt is jezelf. De kapper, je nagels, die nieuwe jas, dat kan wel even wachten. Terwijl nou juist dat kapsel of die kleding jou dat gevoel van zelfvertrouwen kan geven dat nodig is bij het zoeken van een baan of het maken contact met anderen. De eerste indruk telt immers. Het project ‘Samen kappen’ heeft daar wat op gevonden. Een groep kapsters komt elke woensdag buurtbewoners knippen voor een makkie. Een makkie verdien je door wat vrijwilligerswerk voor de buurt te doen. Dus help je mee met het schoonhouden van de buurt, met een evenement of in het buurthuis, dan zijn je makkies zo verdiend. De dames van ‘samen kappen’ knippen je dan en doen je nagels. Kapsters blij want die zijn vaak even zonder baan en houden zo hun ervaring en de geknipten blij. Alle beetjes helpen.

Nevin Özütok in de buurt
Nevin Özütok in de buurt

Afgelopen jaar vroegen wij aan de voedselbank waar de kinderen die daar komen nou de meeste behoefte aan hebben. Dat bleek kleding te zijn. Dat hebben we meteen opgepakt en zijn in gesprek gegaan met de lokale H&M. Die wilden zich wel inzetten voor het goede doel en dus werken we nu samen. Alle kinderen die bij de voedselbank in Oost komen hebben afgelopen vrijdag een waardebon van de H&M gekregen, zodat ze het nieuwe schooljaar met nieuwe kleren kunnen beginnen. Met een bon van de Hema om de schoolspullen zelf aan te schaffen. Beide ketens geven ook nog eens 10% korting op de aanschaf. (Lees het nieuwsbericht)

Dit soort initiatieven helpen en ze hoeven echt niet alleen van de overheid te komen. Ook zelf kun je iets doen om anderen te helpen. Een architect uit de Oost trok zich de armoede van haar buren aan. Ze startte in haar vrije tijd het project ‘je thuis voelen’ waarin ze bewoners met minder geld helpt hun huis te verbouwen. Een opgeruimd huis betekent een opgeruimd hoofd. En een opknapbeurt voor je huis doet wonderen. Samen met vrienden en familie van het gezin vinden ze slimme manieren om de woning op te knappen en efficiënter in te richten. Zo doet ze iets met haar kennis terug voor de buurt en maakt ze veel mensen blij.

Zo werken we samen om de armoede in de stad tegen te gaan. Want één ding is zeker, geen kind verdient het om in armoede op te groeien.

Je bent jong, net van school en op zoek naar werk. Dat is best moeilijk zonder werkervaring of een netwerk dat je hebt opgedaan tijdens je stage. Laat staan als je begint met werken zonder je opleiding te hebben afgerond. Waar begin je dan?

Op de Sail Academy! Stadsdeel Oost heeft aan Sail gevraagd een werk- en leerprogramma op te zetten waarin jongeren kunnen meedraaien en bij een ontzettend groot evenement dat iedereen kent, ervaring op te doen. Dat is goed voor je cv, je werkervaring en je zelfvertrouwen. De bedoeling is de jongeren een zetje te geven naar een betaalde baan of te inspireren weer terug naar school te gaan.

De jongeren worden in verschillende fases gekoppeld aan studenten. Samen maken ze plannen voor de buurt en de ondernemers tijdens Sail. Hoe kunnen we de lasten voor de buurt en voor de ondernemers omzetten in pluspunten. Gedacht wordt aan bewonerspassen, zodat bewoners tijdens Sail met korting terecht kunnen bij de ondernemers. Het ene team komt met de ideeën, het volgende werkt ze uit en weer een ander team staat straks klaar om de plannen uit te voeren.

Het project is nog maar net begonnen of de eerste jongere is alweer uitgevallen. Ziek? Geen zin meer? Moeilijk? Nee hoor. Een nieuwe baan! De nieuwe werkgever gaf aan dat het project Sail op het cv van deze jongen een groot pluspunt was. En dus start hij maandag met zijn nieuwe baan. Alvast één jongere op de rit, daarmee is dit project voor mij al geslaagd, maar we gaan natuurlijk voor meer. Ben jij of ken jij een jongere die ook graag bij Sail wil werken, kijk dan op de website van Sail.